De contacten met de boer, de vrijheid. Dat maakt chauffeur zijn zo leuk!

29-11-2021

Afdeling: Logistiek

Wij zijn trots op onze chauffeurs. Want: zonder chauffeurs, geen voer bij de boer. We vroegen onze chauffeurs Erwin Haijtink en Edwin Roording waarom zij zelf trots zijn op hun vak.

Waarom dit vak?

Erwin: “Ik kom zelf van de boerderij. Zo’n 25 jaar geleden ben ik bij een loonbedrijf gaan werken. Toen in die tijd ABCTA (voorganger van ForFarmers) druk was, hielpen wij vanuit het loonbedrijf mee in het zakgoedvervoer. Zo kwam ik met ForFarmers in contact. Daar kon ik toen beginnen als bulkwagenchauffeur, omdat ik affiniteit heb met boeren én met logistiek.”

Voor Edwin ontstond de passie voor het vak toen hij als jochie van 13 jaar regelmatig met de buurman op de vrachtwagen mee mocht. “Ik ben eigenlijk elektricien en loodgieter en zou na mijn militaire dienst naar de MTS gaan. Maar het liep anders. In mijn diensttijd werkte ik in de weekenden bij een klein mengvoerbedrijf in de regio en toen ik afzwaaide, kon ik er vast aan de slag. Ik mocht mijn groot rijbewijs halen en ben toen gestart op een 8-tonnertje.”

Afbeelding: Erwin_inline
Erwin Haijtink is al zo’n 24 jaar chauffeur, waarvan de laatste 15 jaar bij ForFarmers.

Wat maakt dit werk voor jou zo leuk?

Edwin: “De contacten met de boer, praten over de landbouw. Je komt overal en nergens. Nu De Hoop en ForFarmers samen zijn gegaan kom ik weer op andere adressen, bijvoorbeeld in Groningen en zelfs België. Maar vooral: we hebben supermooie auto’s! Het is voor mij geen ‘ding’ waarmee ik van A naar B rijd, het is mijn werkplek. En dan is het wel belangrijk dat het allemaal fijn werkt én er top uitziet.”

“Het leukste? Dat je veel vrijheid hebt”, haakt Erwin in. “Uiteraard moet het voer op tijd bij de boer zijn, maar of ik nou linksaf draai of rechts, dat bepaal ik zelf. En verder geniet ik elke dag van de omgeving waarin ik rij: het boerenlandschap, de koeien in de wei. Maar ook het contact met de boeren, een praatje maken en soms dat koffietje samen drinken.”

En waar krijg je nou echt een kick van?

“Krappe adressen”, klinkt het meteen als uit één mond. Ofwel, een boerenerf waar weinig ruimte is. “Het is elke keer weer een uitdaging om op zo’n adres zo dicht mogelijk bij de silo te komen, zodat je zo min mogelijk met slangen hoeft te slepen, én om er weer makkelijk weg te komen. En als dat lukt, is dat wel kicken”, lacht Erwin.
“Ja, dat klopt”, beaamt Edwin. “Voordat ik bij De Hoop werkte, moest ik veel met de vrachtwagen de Randstad in. Daar was dat helemaal een uitdaging, met al dat drukke verkeer.”

Wat maakt je trots?

Edwin: “Als de klant zijn spullen netjes op tijd en op de plek heeft en tevreden is. Maar dat doe ik uiteraard niet alleen. Daar werken we allemaal aan; de collega’s in de fabriek, bij de planning en op kantoor. Iedereen heeft hierin een rol. Maar zonder chauffeurs komt er inderdaad geen voer bij de boer en daar ben ik best wel trots op. En als chauffeur in hart en nieren ben ik uiteraard supertrots op mijn auto!”
“Maar ook het feit dat ik voor ForFarmers rij, maakt me trots”, vult Erwin aan. “We zijn als chauffeurs het visitekaartje van een prachtig bedrijf.”

Wat is jouw advies aan collega’s die net starten in het vak?

Erwin hoeft hier niet lang over na te denken: “Blijf rustig, weet wat je doet als je een erf op rijdt. Twijfel je, zet dan de auto langs de weg en ga eerst kijken. Of bel een collega met ervaring. Lees goed de instructies op de losbon. En google maps is ook handig als je ergens voor het eerst komt.” Edwin knikt instemmend. “Klopt helemaal. Maar verdiep je ook in het product dat je aflevert: weet wat er in je auto zit. Denk ook logisch na; waar moet je op het erf als eerste lossen. En houd het erf netjes. Rij niet door een modderige berm voordat je het erf op rijdt. Daar is een boer niet blij mee.”

Afbeelding: Edwin_inline
Edwin – Edje – Roording zit ruim 33 jaar in het vak, waarvan inmiddels 18 jaar bij De Hoop (nu ForFarmers De Hoop).

Nog een leuke anekdote?

Dit had een boek kunnen worden, de leuke verhalen borrelen spontaan op. Edwin herinnert zich nog een rit uit de tijd dat hij net op de bulkwagen reed en bij een varkenshouder moest lossen. “Nadat ik bij de ene stal had gelost, reed ik door naar de tweede stal. Ik loop terug om de slangen op te halen en sluit netjes de deur van stal 1. Als het voer ook bij stal 2 in de silo zit rij ik terug naar Zelhem. Onderweg word ik gebeld door de planning: zij hadden een hele boze boer aan de telefoon gehad…. Wat bleek: zijn vrouw was de varkens in de eerste stal gaan voeren terwijl ik naar de andere stal reed. Ik heb dus nietsvermoedend de deur op slot gedaan terwijl de boerin binnen was. Ze heeft daar anderhalf uur opgesloten gezeten, totdat de postbode haar hoorde schreeuwen…. Nu kan ik er om lachen, maar ik schaamde me dood. Ik mocht daar ook een hele tijd niet meer komen van die boer.”

Ook Erwin heeft veel leuke herinneringen. Maar wat hem nog altijd is bijgebleven is die keer toen hij een silo vol had geblazen, de slangen aan het opruimen was en de boer wat brokken uit de silo in een kruiwagen wilde laten lopen. “Hij doet de onderste schuif van de silo los, maar er gebeurde niks. Hij vroeg: ‘Heb je deze wel gehad?’ Ik zei: ‘Jazeker, maar het helpt als je eerst de bovenste schuif van de silo losmaakt en dan de onderste.’ Hij keek me aan en begon te lachen. We zijn toen eerst maar even koffie gaan drinken. Dat zijn leuke momenten.”