‘Als chauffeur kom ik graag op het boerenerf, ik kan genieten van het boerenwerk’

Wij zijn trots op onze chauffeurs. Want: zonder chauffeurs, geen voer bij de boer. Dick Groeneveld rijdt al 40 jaar voor ForFarmers op de bulkwagen en is het werk nog lang niet zat. En met zoveel ervaring zit hij natuurlijk ook boordevol verhalen...

Waarom dit vak?

“Het zit in de genen denk ik”, lacht Dick Groeneveld, bulkwagenchauffeur bij ForFarmers. “Mijn vader wilde altijd akkerbouwer worden, maar aangezien dat er niet in zat is hij chauffeur geworden. Dat heeft hij zijn hele leven met veel plezier gedaan. Zijn enthousiasme was blijkbaar aanstekelijk. Want niet alleen ik, maar ook mijn twee broers hebben gekozen voor het chauffeursvak. En nu ook een van mijn neefjes. Dus het zit echt in de familie.”

Hoe lang werk je bij ForFarmers?

Dick: “Op 1 februari 2022 ben ik 40 jaar in dienst bij ForFarmers en haar rechtsvoorgangers, zoals ze dat zo netjes zeggen. Ik heb eerst twee jaar bij een transportbedrijf gewerkt, daarna voor de gemeente Zwolle via een loonwerker. En toen kwam er een advertentie die me wel wat leek: ze zochten een chauffeur bij Bergia Mengvoeders. Zij hadden, net als de firma Hendrix, op het industrieterrein in Zwolle een fabriek. Toen ik 1,5 jaar bij Bergia in dienst was, nam Hendrix het bedrijf over. Later werd het Hendrix UTD en vervolgens ForFarmers. Een hele tijd dus, maar wel een tijd waar ik met veel plezier op terugkijk en ook echt trots op ben. Ik heb overigens in die 40 jaar ook ruim 15 jaar voor dochterbedrijf Reudink gereden. In die tijd kwam ik overal: niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland, België en Luxemburg. De hele week van huis af en op de weg. Dat was prachtig.”

Afbeelding: Dick Groeneveld_inline
Dick Groeneveld: "Ook na 40 jaar is het nog steeds een mooi vak!"

Wat maakt het chauffeurswerk voor jou zo leuk?

“Daar kan ik kort over zijn: de vrijheid”, zegt Dick zonder enige twijfel. “Vooral vroeger, toen ging je ’s ochtends weg en je zag wel wanneer je terugkwam. Nu is dat uiteraard allemaal veel strakker geregeld, wat ook logisch en prima is. Maar ook nu ervaar ik nog veel vrijheid in mijn werk. En niet geheel onbelangrijk voor mij: je rijdt meestal in mooi landelijk gebied. Ik kom graag op het boerenerf, ik kan echt genieten van het boerenwerk. Ik rij met name naar melkveebedrijven en als ik dan aan het lossen ben, vind ik het altijd leuk om even naar de koeien te kijken. Dat kan daar nog, bij varkens- en kippenbedrijven kan je niet zomaar de stal in vanwege alle hygiënemaatregelen. Maar ook de contacten met de boer kan ik waarderen. Af en toe dat bakkie koffie samen. Ik moet er niet aan denken om voor een transportbedrijf te rijden met vrachten bestemd voor de stad. Dat stadswerk is niets voor mij.”

Veiligheid op de weg en op het boerenerf is een belangrijk thema. Wat is jouw tip aan jonge collega’s in het vak?

“Als je bij een klant komt, rij nooit zomaar een erf op. Check uiteraard de informatie die in je boordcomputer staat. Maar nog beter: stap uit en bekijk de situatie zelf: hoe kan ik het erf op rijden, voorwaarts of achterwaarts? Vooral als het donker is. Het staat wel in de boordcomputer, maar niet zo gedetailleerd. Als je het met je eigen ogen ziet, kun je het veel beter inschatten.” En met een knipoog vervolgt hij: “En blijf altijd rustig, wees bereid te leren en luister goed naar wat ervaren collega’s zeggen.”

Nog een leuke anekdote?

Dick: “Hahaha, jazeker. Eén rit zal ik nooit vergeten, toen ik voor Bergia reed en er nog geen navigatiesystemen waren. Een collega-chauffeur had me de weg naar een klant uitgelegd, maar op een gegeven moment bij een splitsing wist ik niet meer of ik nou naar links of rechts moest. Ik ging naar links, maar dat bleek de foute keuze. In de achteruitkijkspiegel zag ik toen de boerderij liggen. De weg die ik was ingeslagen bleek doodlopend te zijn en eindigde in een bos. Aan het einde van het pad zag ik wel wat auto’s staan, dus ik verwachtte daar een woning aan te treffen waar ik wel zou kunnen draaien. Nou, er was geen woning, maar wel een auto met een verliefd stel dat het heel druk met elkaar had. Die had ik dus gestoord in hun actie, want ze moesten óók nog eens hun auto aan de kant zetten, zodat ik de bulkwagen kon keren.”

Tot slot: 40 jaar in dienst, dus bijna met pensioen?

“Ik ben nu al wat aan het afbouwen inderdaad. Vrije uren die ik nog had staan, heb ik ingezet om wat minder te werken. Kan ik alvast wennen. Want ja, volgend jaar ga ik met pensioen. Maar dat doet niets af aan het feit dat ik nog steeds met plezier naar mijn werk ga. Het is gewoon een mooi vak!”